Werkloosheidswet (WW)

Door Tom Spitters op 20 februari 2010  

De werkloosheidswet regelt de rechten van werknemers op een uitkering bij werkloosheid. De wet is dus van toepassing op werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben of hebben gehad. De wet regelt niets voor zelfstandig ondernemers, de directeur grootaandeelhouder en de zelfstandige zonder personeel (ZZP). Om voor een werkloosheidsuitkering in aanmerking te komen gelden strenge regels en voor de werkzoekende de nodige plichten.

Recht op uitkering
De sociale zekerheid is, als het om werkloosheid gaat, niet zodanig dat je rustig achterover kunt zitten en kunt wachten tot een leuke job voorbij komt. Allereerst krijg je niet zomaar een uitkering: je dienstverband moet buiten je schuld beëindigd zijn en je moet voldoende dagen aaneengesloten hebben gewerkt. Daarnaast geldt dat als je in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering, de werkloosheidswet zegt dat je gedurende de eerste twee maanden van werkloosheid slechts 75% van je laatst verdiende loon ontvangt en daarna nog maar 70%. Dit geldt voor een loon tot ongeveer 4.000 euro per maand. Verdien je meer, dan geldt het maximumdagloon waarop de uitkering wordt begrensd.

Duur van uitkering
De werkloosheidswet regelt ook de duur van de werkloosheidsuitkering. In principe krijg je maar voor drie maanden een uitkering. Daarna stopt het, tenzij je al heel lang gewerkt hebt. Hiervoor geldt de jareneis, zegt de werkloosheidswet. Indien je in de afgelopen vijf jaren vier gewerkt hebt, ontvang je voor ieder gewerkt jaar 1 maand uitkering. Dus vier maanden. De werkloosheidswet stelt dat de werkloosheidsuitkering maximaal 3 jaar en 2 maanden zal voortduren. Kort gezegd: voor de meeste bezoekers aan deze website helpt de WW je eventjes, maar is de tijd die je hebt om aan nieuw werk te komen maar kort. Daarom: wees je bewust van de schijnzekerheid van de arbeidsovereenkomst en blijf actief bezig met je eigen carrière.

 

Reageer

Meer artikelen binnen 'Werkloosheid'

Bekijk artikelen op categorie