Als klanten geen leuke film kunnen vinden, vragen ze je vaak om tips en advies. Hebben ze een film uitgekozen, dan doe je de juiste videocassette in de hoes. Je houdt in de gaten of iemand niet te jong is om bepaalde films te huren (kinderen mogen bijvoorbeeld geen horrorfilms huren). Met een leespen lees je de streepjescode op het videopasje en die op de videocassette af. De computer maakt dan een bon waarop staat welke film aan wie is verhuurd en wanneer de film terug moet zijn. De klant moet deze bon tekenen. Nieuwe klanten schrijf je eerst in. Je kijkt dan of iemand niet op de zwarte lijst staat (met namen van mensen die videotheken hebben opgelicht), controleert het legitimatiebewijs en zet naam, adres en telefoonnummer in het computersysteem. De computer maakt dan het videopasje. Elke dag kijk je of de films die terug hadden moeten komen, zijn teruggebracht. Zo niet, dan bel je de klant op. Als video's worden ingeleverd, kijk je of de film in de doos zit en niet beschadigd is. De cassette berg je op in het magazijn, de doos zet je terug in de winkel. Verder zorg je ervoor dat de winkel er netjes uitziet: je stoft de balie, videodozen en kasten af en je stofzuigt de vloer. Veel videotheken verhuren ook computerspelletjes en videoapparaten. Je schrijft klanten in, geeft uitleg, tips en adviezen, registreert de verhuurde video's op een computer, houdt het magazijn op orde en onderhoudt de winkel.
|