Op locatie leg je tussenvloeren en parket. Dit doe je gedurende één of meerdere dagen. Meestal bij particulieren, in nieuwbouw of bestaande bouw, soms bij bedrijven of instellingen. Voorbereidende werkzaamheden doe je vaak op het bedrijf. Je krijgt je opdrachten van je leidinggevende, vaak met bijbehorende instructies op papier of een tekening, en die voer je zelfstandig uit. Heb je nog niet zoveel ervaring, dan controleert de chef je werk. Bij grote oppervlakken leg je de vloeren samen met een of meer collega's.
Als eerste behandel je de ondervloer (deze maakt je egaal, zodat de parketvloer straks goed vlak komt te liggen). Eventueel breng je een tussenvloer aan voor de geluidsisolatie. Dan begin je met het parketleggen. Het parket bestaat uit voorgezaagde houten stroken of plankjes. Die leg je in een bepaald gewenst patroon, waarbij je uitgaat van de tekening of een voorbeeldpatroon. Je lijmt of spijkert de stroken of plankjes vast. Soms werk je met voorgelijmde parketstroken, die je met een 'zachte' hamer op de ondergrond en tegen elkaar vasttikt. Plankjes voor randen of hoeken teken je af en zaag je op maat met een verstekzaag (waarmee je precies hoeken kunt zagen), handzaagmachine of cirkelzaag. Als de vloer eenmaal ligt, werk je die af met de schuurmachine en met kit of schraap je het parket mooi glad. Dan zet je de afwerklatten rond de randen en breng je tot slot een lak- of waslaag op het parket aan. Je levert de ruimte waar het parket ligt natuurlijk schoon op. Na afloop geef je de gebruikers een onderhoudsadvies. Soms word je ingeschakeld voor de reparatie van vloeren. Gereedschap en machines onderhoud je zelf.
|